terug naar menu.

Staking bij Shell

SHELLSTAKING

Shell raffinaderij en chemie in Rotterdam 'De Industriebond heeft gewoon de verkeerde uitgezocht', zei geërgerd drs. C.J. Meijers, directeur personeels- en sociale zaken van Shell-Nederland bv, op de vraag van Frank van Empel, journalist bij de Haagse Post, of Shell tijdens de staking met het geweld bij het openbreken van de poorten de arrogantie van de macht had gedemonstreerd.

OCTOPUS

Meijers, directeur personeels- en socialezaken bij Shell-Nederland Meijers antwoord was arrogant: Meijers wist wel beter. Met de staking bij Shell, in september 1979, had de Industriebond NVV/NKV, die kort daarna verder ging als Industriebond FNV, de juiste te pakken. Als één van de machtigste oliemaatschappijen in de wereld had Shell grote invloed op de Nederlandse werkgevers en de regering. In diverse bedrijven, commissariaten en commissies kwam je, ook gepensioneerde, Shell-directeuren tegen. Shell strekte als een machtige octopus haar tentakels uit tot ver buiten het eigen bedrijf. Shell had ‘directe’ invloed op de arbeidsvoorwaarden in de petrochemische industrie in Botlek/Europoort. Ze coördineerde en controleerde besprekingen bij andere bedrijven. De staking zette Shell onder druk. En dat hielp.

Vanaf 1978 was het drs. E.J. Schwartz, directeur personeelszaken bij Shell-Pernis, die de CAO-onderhandelingen voor Shell Pernis en Moerdijk ‘deed’. Schwartz was een soort ‘vazal’ van Meijers. Meijers was in 1978 directeur personeelszaken bij Shell-Nederland geworden. Meijers bleef op afstand de besprekingen regelen. Hij liet zich tevens 'waarnemen' door zijn 'tweede man' van personeelszaken bij Shell-Nederland. Meijers, hield het liefst de vakbonden buiten de deur. Liever praatte hij met hoger personeel. Die werden, met het middenkader, pas veel later ‘wakker’, toen duidelijk werd dat de belangen van Shell niet altijd hun belangen waren. Wel legde hij individuele contacten met de vertegenwoordigers van de Industriebonden in de OR en in het bedrijf: 'Mijn deur staat altijd open'. In de vergadering van groepsdirecteuren, had Meijers minder invloed.

VOORSPEL

Piet Scheele, de onderhandelaar bij Shell voor de Industriebond NVV/FNVNog geschrokken van de stakingen bij ICI en Cyanamid, een jaar daarvoor, rekten de werkgevers in de chemische industrie in 1978 de cao-besprekingen. Shell kwam uiteindelijk met een voorstel waarvan ze wist dat het voor de Industriebond FNV onaanvaardbaar zou zijn. Ze bereikte verdeeldheid tussen de bonden: de leden van de Industriebond CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond) gingen akkoord. Voor Shell was het nu gemakkelijker om verder overleg met de industriebond FNV te weigeren. De Industriebond FNV dreigde met een ultimatum. Het leidde tot een nieuwe bespreking. Tussen onze eis en hun laag bod bleef echter te weinig ‘ruimte’ om een staking te beginnen. De leden gingen met tegenzin akkoord. Het was ons duidelijk dat, als we succes wilden boeken een confrontatie niet uit kon blijven.

ONDERHANDELINGEN

In 1979 eisten de Industriebonden in de chemische industrie in de Rijnmond: een 5-ploegendienst, een 35-urige werkweek voor de dagdienst, een veilige arbeidsplaats en behoud van arbeidsplaatsen. De looneis was gematigd: niet meer dan de te verwachten prijsstijging.
De FNV 'onderschepte' een werkgeversnota waarin het VNO (Vereniging van Nederlandse Ondernemingen) en de NCW (Nederlandse Christelijk Werkgevers) hun leden adviseerden niet toe te geven aan de eis voor werktijdverkorting'. De werkgevers wezen onze voorstellen af.

Shell ging in de aanval. In het personeelsorgaan Onder de Vlam liet ze weten dat, 'arbeidstijdverkorting de situatie alleen maar verergerd'. Shell wilde bij de onderhandelingen de vakantie slechts met één dag uitbreiden. Met onze eis voor een veilige werkplek had ze het moeilijker. Afwijzen zou bij het personeel en de burgers slecht vallen. Maar meer dan een clausule om 'blootstellen van werknemers aan gevaarlijke en giftige stoffen te beperken', kon er niet af. Het 'beperken' klonk alsof je er een beetje aan dood mocht gaan. Over een 5-ploegendienst, een 35-urige werkweek en andere zaken, viel niet te praten.

Het hoofdbestuur van de Industriebond CNV schreef op 26 april 1979 aan Shell en andere bedrijven in Nederland: 'Als de aandacht meer wordt gericht op een regeling voor vervroegd uittreden en een gefaseerde uitbreiding van de basisvakantie', kunnen we akkoord gaan. Maar aan vervroegd uittreden hadden de werknemers bij Shell weinig: ze gingen met 60 jaar met pensioen. De Industriebond CNV liet de eis voor een 5-ploegendienst en een 35-urige werkweek vallen.

Shell had nu geen moeite om de besprekingen voort te zetten. Ik zag de bui al hangen en stelde aan Teus Hubert, de betrokken districtbestuurder van de Industriebond CNV in Rotterdam, voor gezamenlijk een voorstel in te dienen. Bij Hoogovens en AVEBE hadden de Industriebonden FNV en CNV een loonkosten verhogende overeenkomst bereikt. We stelden Shell voor met gelijke loonkosten aan de vol-continudienst 4 extra roostervrije diensten te geven en 3 vakantiedagen dagen voor alle werknemers. Het woord ‘beperken’ in de tekst over het blootstellen aan gevaarlijke en giftige stoffen wilden we veranderen in 'voorkomen'.

Schwartz zei, bij de aanvang van de bespreking zelfgenoegzaam glimlachend, dat hij twee aparte kamers voor ons had gereserveerd. We deelden altijd gezamenlijk één kamer. Zo zeker was hij ervan dat de bonden het oneens waren. Even minzaam zeiden we maar één kamer nodig te hebben. Het gezamenlijke tegenvoorstel verraste Shell. Schwartz wees het af met: 'De kosten kunnen niet worden opgebracht'. Een belachelijk argument. Hij deed een 'allerlaatste bod', dat spoorde met de brief van het hoofdbestuur van de Industriebond CNV, twee dagen vakantie en één extra roostervrije dag voor de volcontinudienst. Het was verrassend dat hij akkoord ging om in de veiligheidstekst het woord beperken te wijzigen in voorkomen. Later trok hij zonder verklaring die toezegging weer in. Daarna weigerde Shell verdere onderhandelingen. We concludeerden dat Shell de onderhandelingen afbrak en legden de consequentie bij Shell. Op 12 en 13 juni 1979 verwierpen de ledenvergaderingen unaniem het Shell-bod. In die vergadering besloten de leden om actie te voeren als Shell niet verder wilde onderhandelen. De leden van de Industriebond CNV verwierpen het bod eveneens unaniem. Shell wilde de besprekingen niet hervatten. We beseften dat alleen een staking daar verandering in kon brengen. De vraag was of we een staking aan konden.

De optocht over het uitgestrekte Shellcomplex.Om Shell van de ernst van de situatie te overtuigen besloten we op 3 juli 1979 een demonstratieve optocht op en rond het fabrieksterrein in Pernis te houden. Niet alleen bedoeld als waarschuwing voor Shell maar ook als een testcase voor ons zelf: slaagde de optocht niet dan zou een staking zeker niet slagen. Shell, die er over hoorde, dreigde dat de deelnemers bij het opnieuw betreden van het terrein zich moesten legitimeren. Voor de Industriebond FNV was het reden om de demonstratie binnen het fabriekscomplex te houden. Een paar honderd mensen nam onder werktijd aan de optocht deel. Het was een succes. De Industriebond FNV liet op 2 juli 1979 in een brief, die we ook op het bedrijf verspreiden, aan Shell weten dat de ledenvergaderingen in Pernis en Moerdijk zich uit zouden spreken over een ultimatum. Voor Shell geen reden tot verder overleg. Shell was er rotsvast van overtuigd dat een staking bij Shell tot de onmogelijkheden behoorde.

Bij alle bedrijven in de petrochemische industrie liepen de onderhandelingen vast. Hun voorstellen waren gelijk aan het Shell-bod. We schreven een brief aan alle bedrijven in de chemie waarin we hetzelfde compromisvoorstel deden als bij Shell. Mr. F.W. de Ridder, directeur personeelszaken van Pennwalt Holland (v/h Vondelingenplaat bv) ,die niet altijd in het ‘werkgeversgareel’ mee liep, wilde praten. Op 4 september 1979 kwamen we met Pennwalt een principeakkoord overeen. De vakantie werd met 4 dagen uitgebreid en aan de volcontinudienst werden 3 extra roostervrije-dagen toegekend. Voor ons een belangrijke doorbraak. Mr. E. Singer, secretaris van de AWV (Algemene Werkgevers Vereniging), was, behalve bij Shell, als adviseur en coördinator bij alle CAO-onderhandelingen in de chemie aanwezig. We lichtten de pers in en hoopten, dat Singer 'het verder zou vertellen’.

Inmiddels waren de zomervakanties begonnen. We besloten een staking bij Shell over de vakantie 'heen te tillen'. Shell kreeg dan de tijd om nog eens goed na te denken. Maar Shell noch andere werkgever lieten iets van zich horen. We deelden op 3 september 1979 aan Shell mee, dat 'nu Shell de onderhandelingen niet wilde voortzetten, we besloten hadden een stakingsbesluit aan de leden voor te leggen'. We wilden echter niet staken op basis van ons compromisvoorstel. Als we dan toch moesten staken dan moest het basis van onze oorspronkelijk aanvangseisen. We deelden Shell mee, dat we ons eerdere voorstel introkken en ons baseerden op onze aanvangseisen: een 5-ploegendienst, een 35-urige werkweek en een betere tekst voor het werken met giftige stoffen. Het principeakkoord Pennwalt maakte duidelijk tot welk compromis we bereid waren. De directie van ICI Holland en Cyanamid (die wisten wat staken betekende)deden op 10 september 1979 en 14 september 1979 een met het principeakkoord Pennwalt te vergelijken voorstel.

Op 11 september ontvingen we van Shell een merkwaardige brief. De directie schreef dat Shell het nuttig leek om van gedachten te wisselen, maar dat de 'eisen voor werktijdverkorting die o.m. beogen de werkgelegenheid te bevorderen bieden geen oplossing'. Die formulering gaf geen zicht op een Pennwaltakkoord noch op het voorstel van ICI en van Cyanamid. Het leek een poging om ‘het tij te keren’ en ons met een kluitje in het riet te sturen. Shell wist dat op dezelfde avond (en de dag erna) door de Industriebond FNV bij Shell ledenvergaderingen werden gehouden, waarin het besluit over een ultimatum zou vallen. Een ‘gedachtenwisseling’ betekende uitstel. Ik wilde vóór de vergadering weten waar we aan toe waren en belde Schwartz met de vraag hoe wij de brief van Shell moesten lezen. Nadrukkelijk maakte ik duidelijk dat zonder een helder antwoord het uitstellen van een stemming over het ultimatum niet mogelijk was. Ontwijkend draaide Schwartz om de hete brij heen. Het gedraai beu vroeg ik hem tenslotte 'wat moeten we uit uw brief lezen'. Stotterend antwoordde hij: 'U leest maar wat er in staat'. Het was vreemd, dat Schwartz, die nooit iets buiten zijn baas om deed, nu zonder ruggespraak een negatief antwoord gaf. Meijers luisterde mee.

Op diezelfde dag werd Reijer Veenstra, kaderlid en OR-lid in Pernis en oud-voorzitter van de COR van Shell Nederland, door Ir. J.A.P. Montijn (directeur Shell-Nederland) uitgenodigd voor een gesprek. Veenstra waarschuwde Montijn, dat aan een staking niet viel te ontkomen als Shell bleef weigeren om een begin te maken met werktijdverkorting. Montijn ijsbeerde door de kamer. Hij liet Meijers roepen. Volgens Veenstra ontspon zich tussen hen een ongemakkelijk gesprek. Montijn leek onkundig van de brief aan de Industriebond FNV, waarmee Meijers een wig dacht te drijven tussen de Industriebonden FNV en CNV. Montijn zei tegen Veenstra: 'Ik kan niet anders meer'.

ULTIMATUM

Een bijschrift om naast je schoenen te gaan lopen De ledenvergaderingen, op 11 september 1979 en de dag erna, stelden Shell een ultimatum. De benodigde 75%, die statutair nodig was, werd ver overschreden. De leden waren het dwarsliggen van Shell zat. Het ultimatum zou aflopen op vrijdag 21 september 1979 om 24.00 uur. Als niet aan de eisen was voldaan zou een staking volgen. Ik overhandigde het ultimatum van de Industriebond FNV aan Schwartz en stelde voor om de afbouw van de productie in overleg tussen directie en het actiecomité te regelen. Schwartz reageerde niet.

Wij rekenden niet op steun van leidinggevenden en kantoorpersoneel die niet onder de cao vielen: in Pernis en Moerdijk vielen drieduizend mensen niet onder de cao. Evenmin rekende we op de steun van kantoorpersoneel dat onder de cao viel: die voelden zich meer bij de directie betrokken dan bij het productiepersoneel. De staking steunde op de groepen die onder de cao vielen. Daaronder was de actiebereidheid groot. Voor een veilige en zorgvuldige afbouw van de kwetsbare de productieprocessen stond de deskundigheid van de operators (het productiepersoneel) borg. Zij waren vertrouwd met shut-dow's: het veilige stilleggen van de productie. Met de afbouw en het weer opstarten van de productie waren miljoenen gemoeid en dat moest Shell beïnvloeden. We hielden er rekening mee dat Shell, zoals ICI in 1977, zich tegen afbouw zou verzetten. We hadden geleerd van de staking bij ICI en Cyanamid. Shell ook. De directie ging nu akkoord om in overleg met het actiecomité de afbouw van de productie te regelen. Met het college van B en W van Rotterdam voerden we gesprekken over veiligheid. In overleg met Shell stelde ons actiecomité een draaiboek vast waarin o.a. werd geregeld hoeveel mensen voor de afbouw nodig waren en welke mensen er in een veiligheidsploeg in de fabriek zouden blijven. De poorten moesten tijdens de afbouw worden gesloten. Alleen de grote groep operators en mensen van de technische dienst die bij de afbouw nodig waren, werden via poort 6 en poort 12 toegelaten.

Shell nodigde, in strijd met hun opvatting niet onder een ultimatum te onderhandelen, ons uit voor een gesprek op donderdag 20 september 1979 in Novotel Schiedam, één dag voordat het ultimatum afliep. Schwartz trok bij de aanvang van het gesprek demonstratief zijn jasje uit. Het was dan ook aan Shell om openingen te vinden. Shell was te zuinig. Haar voorstel lag beneden het principeakkoord bij Pennwalt en het voorstel van ICI en Cyanamid. De vakantie kon voor ieder met 3 dagen worden uitgebreid maar de volcontinudienst moest het met slechts 2 extra roostervrije dagen doen waarbij Shell het recht claimde om die dagen in geld uit te betalen. En Shell weigerde het woord 'voorkomen' in de tekst over veiligheid weer op te nemen. Schwartz had ‘toen een vergissing' gemaakt, dat hij 'recht moest zetten'. Shell besefte niet dat hun voorstel juist de operators in de gordijnen joeg. Voor hen was werktijdverkorting zeer belangrijk en zij waren het die de afbouw van de productie in hun vingers hadden. Het voorstel voldeed niet aan het ultimatum. Pertinent weigerde de directie om 'nu of in de toekomst' over een 5-ploegendienst of over een 35-urige werkweek te praten. Zonder staking zouden we ook in latere jaren geen stap verder komen.

Dezelfde avond (en de volgende ochtend) deden we verslag aan de leden. Het was een warme avond en de balkondeuren van de grote bovenzaal in café/restaurant Engels in Rotterdam stonden open. Van de 550 leden moesten een aantal die in de zaal geen plaats meer vonden op het balkon staan. Feike Gerlofsma, kaderlid van de Industriebond FNV, vatte de menig van de vergadering samen: 'We zijn niet uit op een staking, maar bij deze opstelling van de directie is het niet mogelijk om het ultimatum in te trekken'. Niemand was het daarmee oneens. De Volkskrant schreef: het voorstel van Shell werd, 'met weinig meer dan hoongelach begroet'. We besloten om op maandagmorgen 24 september om 05.00 uur in het actiecentrum De Zevensprong in Hoogvliet bijeen te komen. Jammer was, dat de ledenvergadering van de Industriebond CNV met een geringe meerderheid wel met het voorstel van Shell akkoord ging al bleef 42% van de minder dan honderd aanwezigen tegen. De leden van de Industriebond FNV bij Shell voelden zich door het CNV in de steek gelaten.

De COR van Shell Nederland probeerde nog een bemiddelingspoging. Ze vroeg aan de partijen of ze met een bemiddeling van Wim Thomassen, oud-burgemeester van Rotterdam, konden instemmen. Shell vond de mogelijkheid 'uiterst beperkt'. Wij zagen evenmin veel heil in een bemiddelingspoging. De bemiddeling zou de staking over het weekend heen tillen. Onze opvatting was helder: als Shell bereid was om nu of in de toekomst over een 5-ploegendienst en een 35-urige werkweek te praten, dan was de Industriebond FNV bereid om het ultimatum op te schorten. Maar Shell nog wij waren in een positie om een bemiddelingspoging af te wijzen. Thomassen’s conclusie was, dat “bij beide partijen het verlangen leefde om een staking te voorkomen. Voor de Shell-directie was hun bod op onderdelen bespreekbaar, maar niet het maken van afspraken over een 5-ploegendienst. Voor de Industriebond was een fasering, als stappen op de weg naar de invoering van een 5-ploegendienst aanvaardbaar, maar hield onverkort vast aan het maken van afspraken over een 5-ploegendienst en een 35-urige werkweek voor het scheppen van werkgelegenheid”.

Na die conclusie moest Shell de Industriebond FNV wel uitnodigen. Het gesprek vond in een sombere sfeer op zondagmorgen plaats in het hoofdkantoor van de raffinaderij in Pernis. Het gesprek had niets om het lijf. Shell was bereid om de reservebezetting met 225 mensen uit te breiden. Het betekende geen uitbreiding van haar aanbod. Voor de toegezegde 3 dagen vakantie en de 2 extra roostervrije-dagen moest Shell al 225 mensen aantrekken. Er zat enkel de suggestie in dat er minder dagen in geld zouden worden uitbetaald. Shell was met bedrijfsinkrimpingen bezig en dat verminderde het aantal arbeidsplaatsen al met meer dan 225. Voor de duidelijkheid vroegen we, of de huidige bezetting met 225 mensen zou toenemen. Dat was niet het geval. Shell was ook niet bereid om 'nu of bij nieuwe CAO-onderhandelingen over een 5-ploegendienst en een 35-urige werkweek te praten'. Daarmee kon het ultimatum niet van tafel.

STAKING

De drukte bij het begin van de staking.Op de kille ochtend van maandag 24 september 1979 zaten om 05.00 uur honderden leden in het actiecentrum De Zevensprong, een buurthuis in Hoogvliet. De meeste hadden slecht geslapen en waren gespannen. Voor het eerst zou er bij Shell in Nederland gestaakt worden. Het ging om werktijdverkorting en meer werk: niet om meer loon. De leden waren er klaar voor. Ik deelde aan Schwartz telefonisch mee, die al een paar dagen op zijn kantoor sliep, dat de staking om 07.00 uur begon. Schwartz nam de mededeling zonder commentaar in ontvangst. In een miezerige regen trokken de stakers naar het vijfhonderd meter van het actiecentrum gelegen fabriekscomplex. De poorten 5, 6 en 12, die recht tegenover elkaar lagen en poort 14 werden met personenauto's geblokkeerd. De ruim 2500 personeelsleden van aannemers, moesten buiten de poort worden gehouden. De poorten 6 en 12 bleven gedeeltelijk open om de opkomende en afgaande ploegen en het dienstverlenend vrachtverkeer, dat bij het afbouwen van de productie nodig was, binnen te laten. Bij elke poort hadden we een bouwkeet neergezet. Het was onmogelijk om het terrein hermetisch af te sluiten. De 72 fabrieken in Pernis werden omheind door 8 km hekwerk van ijzergaas met 16 poorten en 8 spoorwegingangen en door 3,2 km kade in de insteekhavens en de Nieuwe Maas. Op de scheiding van het bedrijfsterrein lag het hoofdkantoor dat een achterdeur had die op het bedrijfsterrein uitkwam.

De afbouw van de productie werd door de ochtend- en de nachtploeg gestart. De posters hadden bij de poorten wat strubbelingen met dagdienstpersoneel, met leidinggevenden, met de grote groep werknemers van aannemers, die normaal in een lange stoet auto's en busjes het terrein op rijden en met chauffeurs van de vele vracht- en tankauto's, die grondstoffen en producten aan- en afvoeren. Op de toegangswegen naar de poorten ontstonden grote verkeersopstoppingen. Incidenten deden zich niet voor. We verspreidden in drie talen pamfletten over het hoe en waarom van de staking. Vanaf het dak van het hoofdkantoor werden de gebeurtenissen op film vastgelegd en volgden directieleden en hogere leidinggevenden de opstopping bij de poorten. Poort 14 was door de stakers met een ketting gesloten. Poort 6 was open. Ook poort 5 was open, maar met auto's geblokkeerd. Die open poort was niet naar de zin van de directie. Ze stuurde het hoofd van de bewakingsdienst met de vraag: 'meneer Scheele, is het niet beter dat we de poort sluiten?' Daar had ik geen bezwaar tegen. Maar de portiers, die de zware draaipoort wilden sluiten, kregen er geen beweging in: de poort was in geen jaren dicht geweest. De stakers hielpen een handje. Ook met vereende krachten lukte het niet. Een muurtje, dat de portiers tegen het vele haastige verkeer in de piekuren beschermde, stond in de weg. Met mokers sloopten portiers de muur. De poort kon nu dicht. De stakers legden er een ketting om.

Schriftelijk had de directie aan de werknemer gevraagd, om zich als werkwillige bij het politiebureau in Hoogvliet te melden ‘als ze de toegang tot het fabrieksterrein geblokkeerd vonden’. Een paar honderd werknemers, vooral leidinggevend personeel, gaven aan die oproep gehoor. De agenten wisten niet goed wat ze ermee aan moesten en begonnen met een registratie. Een politiecommandant maakte daar een eind aan, hij wilde zich niet 'voor een Shell-karretje laten spannen'. Shell had eerder geprobeerd de politie te bewegen om in te grijpen. Op 19 september schreef ze een brief aan burgemeester André van der Louw, waarin ze hulp van de Rotterdamse politie 'sommeerde'. Van der Louw had aan de politie de opdracht gegeven 'rustgevend aanwezig te zijn' en zich niet in het conflict tussen Shell en de Industriebond FNV te mengen. Van der Louw liet de brief onbeantwoord. Shell liet het er niet bij zitten. Op de eerste stakingsdag stuurde ze een telegram aan Van der Louw waarin ze opnieuw ingrijpen eiste. Om Van der Louw onder druk te zetten zond ze ook eenzelfde telexbericht aan de minister van Binnenlandse Zaken en aan mr. J.M. de Graaf, directeur-generaal van de openbare orde en veiligheid van Binnenlandse Zaken, met het dringende verzoek om 'het daarheen te willen leiden dat aan ons (...) politiehulp op zeer korte termijn wordt verleend'. Van der Louw noch Binnenlandse Zaken gingen er op in.

Het actiecomité schreef in het actiecentrum de stakers in. Het aantal stakers was groot en het ledental groeide. Het actiecomité verstrekte toegangspasjes aan mensen die bij de afbouw nodig waren. Bij een staking in de procesindustrie kan niet onmiddellijk de werkplek worden verlaten. Eerst moet op een veilige en verantwoorde wijze de productie worden afgebouwd. Het afbouwen kan meerdere dagen duren. De stakers stonden vooral bij de afbouw onder sterke directe druk van het leidinggevend personeel. Operators werken in kleine ploegen in controlekamers die ver uiteen over een groot terrein verspreid liggen. Zij hebben minder steun aan elkaar. Om te staken in de procesindustrie is ook individuele moed nodig.

De leden van de controlegroep, Toon de Goey, Piet Kik, Reijer Veenstra, aangevuld met Feike Gerlofsma en Willem van Heemst en de kaderleden Krijn Smit en Klaas Terpstra, gingen bij de aanvang van de staking de controlekamers langs. Al gierden de zenuwen hen door de keel, ze probeerden het hoofd koel te houden. Ze verspreiden de stakingsoproep, die op zondag door kaderleden al op het terrein was gebracht en riepen op om de productie stil te leggen. Vastberaden, soms gelaten, werd aan die eis voldaan. In sommige fabrieken waren actieve leden al met het stilleggen van de productie begonnen. Na de tocht langs de controlekamers bezette de controlegroep de OR-kamer in het hoofdkantoor. Dat was niet naar de zin van het hoofd van de bewakingsdienst Burger. Hij intimideerde, maar ze bleven waar ze waren. Ze spraken met de directie af welke functionarissen van Shell samen met leden van de controlegroep de afbouw zouden controleren. Shell wilde niet dat de controlegroep in de kantine at. Ze probeerde stil te houden, dat in de kantine een groep leidinggevenden, sectiechefs, dagchefs en mensen van dienstverlenende afdelingen, 'ingesloten' zat.

Tijdens de Shell-staking hield de Industriebond FNV bij ICI en Cyanamid ledenvergaderingen over het aanbod van hun directie. De leden verwierpen het bod. Het deed de werkgevers schrikken bevreesd voor een uitbreiding van de staking. We stelden geen ultimatum, maar konden de dreiging en de schrik onder de werkgevers goed gebruiken. Vooral ook omdat er op dinsdag 26 september 1979 bij Albatros/UKF, de kunstmestfabriek van DSM, een staking was begonnen.

Volgens Shell veroorzaakte de staking problemen bij de NAM, (Nederlandse Aardolie Maatschappij) een gezamenlijk belang van Shell en Esso. Er zou een opslagtekort zijn. De olie ging per trein om de beurt naar Shell en Esso. Als de productie niet continu kon worden afgevoerd dreigde de boorput in te storten. Shell wilde de trein op het terrein kunnen lossen. Het probleem was geen probleem, omdat de olie direct op de vrije markt kon worden verkocht. Toch ging ons actiecomité akkoord als het lossen in 5-ploegendienst en door hen aangewezen mensen gebeurde. Daarmee ging Shell niet akkoord. De trein bleef buiten de poort. Het was voor allen een spannende en vermoeiende tijd. Een aantal van de door Shell 'ingesloten' mensen hielden het niet vol. Zuber, directeur fabricage bij Shell, stortte in. Daar had staker Cees de Munck, die de leiding had bij poort 14 geen last van. Met zijn grappen hield hij er de moed in. Als je 's nachts een kijkje bij poort 14 nam kon je, tegen de stakingsregels in, soms een scheutje cognac in de koffie proeven. Cees had goede contacten op het terrein en was vaak goed geïnformeerd. Via een sympathiserende bewakingsbeambte had Cees verlichting in zijn bouwkeet versierd. Ook bij de andere poorten was er vanaf het terrein verlichting en verwarming in de bouwketen aangelegd. De directie wilde daar en aan het gebruik van de wc bij de portiersloge, een eind maken. De posters dreigden de voedseltransporten voor de directie en de ingesloten mensen tegen te houden. Het bracht de directie op andere gedachten.

SHELL-MOERDIJK

Leen van Zon links er rechts Cor FlipseDe Industriebond FNV had er niet vast op gerekend, dat ook de leden bij Shell-Moerdijk in staking zouden gaan. Een jaar eerder hadden de kaderleden van de (toen nog) Industriebond NKV geweigerd om bij Shell-Moerdijk een poortactie te houden. Maar nauwelijks een jaar later had Shell het zo bont gemaakt dat de leden tot een staking besloten. Ze wilden het niet alleen doen. Eerst moest de staking in Pernis begonnen zijn.

In Moerdijk werd de aanvang van de staking op maandagmiddag 24 september om 13.00 uur gesteld. Dan was de staking in Pernis al begonnen. Even voor 13.00 uur gingen Leen van Zon, voorzitter van het actiecomité, en Cor Flipse, de begeleidend districtsbestuurder voor Moerdijk, naar de directie en kondigden de staking aan. Ir. P.J.M. Teunissen, directeur Shell-Moerdijk, leek begrip te hebben voor het standpunt van de stakers, hoewel hij de ontwikkelingen moeilijk kon verteren. Ir. W.B.A. Bodlaender, de plaatsvervanger van Teunissen, een ijzeren Hein, had er geen enkel begrip voor. Hij wond zich op en verweet woedend de leden van het actiecomité onverantwoord gedrag. Teunissen probeerde de gemoederen te sussen met: 'Bodlaender moet wat stoom afblazen'.

De motivatie was ook daar groot. Honderd stakers gingen het terrein op om de operators in de controlekamers van de 6 grote fabrieken tot staking op te roepen. Bij elke controlekamer groeide de stoet met werknemers die niet noodzakelijk bij de afbouw nodig waren. Bij de MLO (Etheenkraker) handelde de sectiechef overeenkomstig de afspraak. Hij was van te voren door Teunissen ingelicht en verzette zich niet. Bij de laatste fabriek, de MNK (naaldcokesfabriek), dreigde het mis te gaan. Op de eis van het stakingscomité om de productie te stoppen zei sectiechef Zwartbol: 'Dat maak ik zelf wel uit'. Het actiecomité ging zich in het actiecentrum De Schakel in Zevenbergen over de situatie beraden. Ze waren er nauwelijks of Zwartbol liet telefonisch weten, dat hij ging afbouwen. Hij was door directeur Teunissen, die geen gevaarlijke en onveilige toestanden wilde, tot inkeer gebracht.

De poort van het terrein in Moerdijk bleef open. Werknemers van aannemers, het eigen personeel uit de technische dienst, het laboratorium, enz., konden, als hun werkzaamheden niets met de productie te maken hadden, het terrein op. Het Shell-complex in Moerdijk was, evenals in Pernis, omheind met een hek van ijzergaas en met een lange kade langs het Hollands Diep. Hermetisch afsluiten was ook hier onmogelijk. De leden van het actiecomité hielden op het terrein in de gaten wat er gebeurde. Was er iets mis dan ging het actiecomité met een grote groep stakers er op af. De verhouding tussen directie en werknemers was in Moerdijk beter dan in Pernis. Teunissen straalde als 'gemoedelijke Brabander' meer sociaal gevoel uit dan de stijve Meijers en Schwartz, directeur personeelszaken voor zowel Pernis als Moerdijk. De stakers hadden het gevoel dat ir. P. Teunissen het 'ook niet kon helpen'.

Na de eerste stakingsdagen wilde ook het actiecomité in Moerdijk de poort sluiten. Teunissen wilde de poort graag open houden en tekende een schriftelijke verklaring dat bij een open poort de productie niet zonder overleg met het actiecomité opgestart zou worden. Van zijn kant wilde hij dat het actiecomité 50 stakers aanwees die als veiligheidsploeg de stilgelegde installaties bewaakte. Teunissen was bereid om het salaris van de veiligheidsploeg door te betalen. Dit zou een scheiding tussen stakers binnen de poort en buiten de poort betekenen. Het actiecomité stelde daarom voor om alle stakers op het terrein toe te laten zonder arbeid te verrichten. Teunissen ging akkoord.

GEHEIM DRAAIBOEK

De Shell-directie in Pernis had naast het draaiboek voor de afbouw nog een geheim draaiboek, waarin aan het leidinggevend personeel een belangrijke rol werd toebedeeld. Jan de Graaf, reserve sectiemanager van de polypropyleenfabriek, werd belast met het oprichten van een werkwilligencomité. Het stond al vast dat hij in oktober 1979 naar een andere Shell-vestiging overgeplaatst werd. Zijn relatie met stakers uit zijn sectie liep geen gevaar. Het werkwilligencomité bestond uit hoger personeel (sectiemanagers, assistent, dagchefs, enz.). Zij vielen niet onder de cao. Ze kregen de beschikking over de drukkerij van Shell, de postfaciliteiten en van de adressen van alle werknemers. Ook het personeel van de telex en de drukkerij was in de kantine íngesloten.

Shell zette haar werknemers onder forse druk. Alle werknemers kregen een brief dat zij moesten verklaren dat, 'hij\zij bereid is de werkzaamheden normaal te verrichten'. Werd die verklaring tijdig teruggezonden dan werd het salaris doorbetaald. Werkwilligen hebben bij een staking wettelijk geen recht op doorbetaling van loon. Iedere werknemer voelde zich in principe, onder bepaalde voorwaarden, werkwillig. We adviseerden, om een registratie van stakers door Shell te voorkomen, om de 'werkwilligenverklaring' met ja te beantwoorden. Toch liet een aantal werknemers de directie weten tot staker gerekend te willen worden.

Tijdens de afbouw gingen leidinggevenden met de stakers in discussie. De gezinsleden werden beïnvloeden door brieven aan de huisadressen. Het filmen vanaf het dak van het hoofdkantoor gaf de stakers het gevoel van 'Big Brother Is Watching You'. Ons actiecentrum kreeg met bommeldingen te maken. Districtsbestuurder en leden van het stakingscomité werden thuis telefonisch bedreigd. Vooral gezinsleden hadden er moeite mee: zij waren thuis. Soms had de intimidatie succes. Een lid van het actiecomité, werkzaam op het hoofdkantoor in Pernis, trok zich uit het actiecomité terug. Een klein aantal stakers, die met de afbouw bezig was en zich nog niet had laten registreren, zag van registratie af. Slechts een enkele staker trok zich terug. Maar het ledental bleef groeien.

Shell probeerde ook de bevolking angst in te boezemen. Ir. G.M. Baars, voorspelde dat door de staking de benzinestations niet meer bevoorraad zouden kunnen worden, met rijen wachtenden tot gevolg. Niet ieder was gevoelig voor intimidatie. Het ministerie van Economische Zaken sprak tegen dat er gevaar dreigde voor de benzineaanvoer en de olievoorziening. Van schaarste was geen sprake.

Stakers hoorden van werkwilligen geruchten dat in opdracht van de directie er in de werkplaats 'activiteiten' werden voorbereid. De chef van de werkplaats, Piet Verkerk, zou de opdracht hebben om een ploeg te vormen uit; technische dienst, chefs, voorlieden, bankwerkers en mensen van aannemers, o.a. van Troost, Shell’s huisaannemer. Er zouden in de werkplaats helmen zilverkleurig worden geverfd, donkere overalls uitgereikt en versterkt rubberen drukslang in stukken worden gesneden. De mensen zouden met drank en pornofilms bezig worden gehouden. Wat er precies gebeurde wisten we niet, maar dat er wat aan de hand was dat was zeker.

Hoewel we er rekening mee hielden dat Shell een kort geding zou beginnen, waren het de aannemers die een kort geding aanspanden. Shell had daar ongetwijfeld de hand in. Dat bleek uit de grote rol die de hoofdaannemer van Shell, Interservice v/h H. Troost, er in speelde. Shell voelde zich juridisch niet sterk om zelf een kort geding te beginnen: Shell had bij herhaling overleg geweigerd en was met het sluiten van de poorten akkoord gegaan. Het werk van de aannemers lag door de staking stil. Ze protesteerden tegen de dichte poorten. Vóórdat het kort geding diende wilden de aannemers een gesprek. Johan Stekelenburg, districtshoofd in Rotterdam, voerde, zonder mij, het gesprek. De aannemers wilden het korte geding intrekken als de Industriebond de poorten opende. Johan Stekelenburg kwam met de aannemers op 25 september 1979 overeen dat zo mogelijk op vrijdag 28 september 1979 en in elk geval op maandag 1 oktober 1979 de poorten voor het aannemerspersoneel zouden worden geopend, mits de werknemers van aannemers niet aan het productieproces deelnamen. De aannemers trokken het korte geding in. Mijn verwachting was, dat een uitspaak in het kortgeding op zijn slechtst hetzelfde had opgeleverd. We stonden voor de moeilijke opgave om de leden te overtuigen, dat de poorten voor de aannemers geopend moesten worden.

DEMONSTRATIE

Shell’s werkwilligencomité had inmiddels de 'dames en heren collega's' van alle Shell-vestigingen opgeroepen om op donderdag 27 september op de Coolsingel in Rotterdam te demonstreren. Het comité schamperde dat: 'De Industriebond FNV, gesteund door een te verwaarlozen deel van het totale personeel (...)zijn hand heeft uitgestoken naar onze fabrieken in Pernis en Moerdijk'. Het klonk als 'je handjes groeien nog boven je graf'. Demonstratie van de dames en heren van het hoofdkantoor van Shell in RotterdamDat 'verwaarlozend deel van het personeel' had wel twee enorme complexen van Shell in Pernis en Moerdijk platgelegd. Shell rekende bij de demonstratie vooral op het personeel van het hoofdkantoor van Shell Nederland in Rotterdam en op het Shell-personeel in Den Haag. Alle Shell-cursussen werden op de dag van de optocht afgezegd: Shell ‘trok alle verloven in'. Dat de optocht een verder strekkend doel had, werd niet aan de deelnemers meegedeeld.

In Moerdijk kwam het Shell werkwilligencomité nauwelijks van de grond. Er werd bekend gemaakt dat er een optocht werd gehouden, maar collectief vervoer werd niet geregeld. Ze stuurden enkel een telegram aan het werkwilligencomité in Pernis waarin ze succes werden toegewenst. De deelname uit Pernis viel Peter van Eijkelenburg, verslaggever van het t.m. Het Vrije Volk, tegen. Hij sloeg de aankomst van de bussen op het Hofplein in Rotterdam gade. Vlak voor het begin van de demonstratie zag hij slechts een honderdtal demonstranten uitstappen. Hij hield er geen rekening mee, dat bij het vertrek van de optocht het hoofdkantoor van Shell Nederland aan het Hofplein, tweehonderd meter verwijderd van het stadhuis, zou leegstromen en een duizend dames en heren zich bij de optocht zouden voegen. Voor de dames en heren van de kantoren in Rotterdam en Den Haag was het een angstig en spannend avontuur. Ze wisten nauwelijks waar het om ging. Een krant of een pamflet van de Industriebond FNV las je als Shell-employee niet. Verletkosten hoefden niet te worden gevreesd: het salaris werd doorbetaald. Aan het eind van de optocht, nadat een petitie aan burgemeester André van der Louw was aangeboden, werd duidelijk wat de bedoeling was. De deelnemers werden verzocht om naar de poorten van de raffinaderij in Pernis te gaan. Shell zou om 15.00 uur de poorten in Pernis openen. Maar dat was aan de dames en heren te veel gevraagd.

KNOKPLOEG

Op donderdag 27 september sommeerde Shell de Industriebond 'om vanaf hedenmiddag te 15.00 diegenen van onze werknemers die het werkterrein willen betreden, zulks niet te beletten'. Shell had aanvaard, dat 'uit veiligheidsoverwegingen slechts een beperkt aantal werknemers tot het werkterrein werd toegelaten', maar nu moesten de poorten open. Ze stelde 'naast de Industriebond FNV', de bestuurder belast met de organisatie, 'P. Scheele, alsmede de leden van het stakingscomité', persoonlijk aansprakelijk. Tien miljoen was de prijs. Shell gaf toe, dat ze met het sluiten van de poorten akkoord was gegaan, maar nu de afbouw was voltooid was een nieuwe fase ingetreden. Volgens ons was de afbouw niet voltooid. We hadden ook tijd nodig om met de stakers te overleggen over wat er na de afbouw moest gebeuren. Er werd besloten dat ik naar de directie zou gaan om te bestrijden dat die middag de afbouw al was voltooid.

Om ongeveer 14.00 uur reed ik naar het hoofdkantoor. Het was doodstil in de hal. Bij een vorig bezoek waren in de hal een aantal van de in de kantine opgesloten leidinggevenden te zien, maar nu was er niemand. De directie was op volle ‘oorlogssterkte’ aanwezig. Het gesprek duurde kort. De directie hield vol dat de afbouw om 15.00 uur zou zijn voltooid. Schwartz was niet op zijn gemak. In het doodstille gebouw bracht hij me terug naar de lift. Met enig meegevoel in zijn stem zei hij: 'Ik zal u morgen bellen', wat hij niet deed. We hadden rond 15.00 uur zoveel mogelijk posters bij de poorten verzameld om mensen tegen te houden. Ze kregen de opdracht om geen geweld gebruiken maar wel nadrukkelijk aanwezig te zijn.

De knokploeg van Shell bij poort 6.Bij poort 5 bracht ik verslag uit van het gesprek aan o.a. Arie Groenevelt, voorzitter van de Industriebond FNV, die toevallig die dag een bezoek aan de stakers bracht, aan Johan Stekelenburg, districtshoofd van de Industriebond FNV in Rotterdam en anderen. Plotseling kwamen, onder leiding van Piet Verkerk, een paar honderd mensen met opstapwagens (lage trucks voor het vervoer van personeel), een vrachtauto, een vorkheftruck en met veel lawaai van binnen op de poort af. Ze hadden donkere overalls aan en zilverkleurig geschilderde helmen op. Ze waren voorzien van zware tangen, branders, toolcars (gereedschapwagens), lasaggregaat en een geluidswagen. Het leek op een legeronderdeel van de technische troepen. Snel knipten ze de ketting door, die om de poort lag, lichtten met de heftruck de poort op en trokken hem open met minder moeite dan het de portiers had gekost om de poort te sluiten. In open stand lasten ze hem vast. Een aantal mensen zonder 'uniform', die met de knokploeg waren meegekomen, trok de wachtkeet, die midden voor de poort stond, opzij en stak de banden lek. Plotseling stormden twee zware angstaanjagende grote vrachtauto's van de firma Troost, de grote huisaannemer van Shell, volgeladen met zand van achter op ieder die voor de poort stond in. Door snel opzij te springen konden ze ternauwernood een aanrijding voorkomen. Filmers van Shell legden het vast.

Het ging er soms fel toe.De posters beseften nauwelijks wat er gebeurde. De eerste reactie was er een van ontzetting, ongeloof en woede over het geweld dat Shell op eigen mensen los liet. De directie had verwacht dat enkele tientallen mensen, die aan de overkant van de weg bij poort 5 stonden te wachten, door de opengebroken poort naar binnen zouden stormen. Maar dat gebeurde niet. Ook zij waren verbijsterd en ontzet door het Shell-geweld. Voor een actie met knokploegen en geweld hadden ze zich niet willen laten lenen. Het werd gevaarlijk. Bij de grote kwetsbaarheid van het bedrijf was één getergde man die gekke dingen deed voldoende voor catastrofale gevolgen. Een massale knokpartij kon het belang van de Industriebond niet dienen. Al snel zei Arie Groenevelt: 'Johan, haal je mensen terug'. Via een megafoon werd aan de stakers gevraagd om naar het actiecentrum De Zevensprong te gaan. Ik reed naar de andere poorten om daar de posters te waarschuwen.

Grimmige taferelenDe 'méér dan grimmige knokploeg', zoals journalist Rijk Timmer van Het Vrije Volk schreef, was al bij poort 6 aangekomen. Daar hadden de stakers, na de optocht in Rotterdam, bij de poort slechts tientallen mensen zien arriveren, waaronder Ockeloen, de voorzitter van de OR-Pernis en lid van de VHSP. Ockeloen sloeg met zijn paraplu en met zijn vuist op de gesloten poort en riep recht te hebben op vrije doorgang. Een aantal werkwilligen, die aanstalten maakten om over het hek te klimmen, zagen daar vanaf toen Ockeloen werd teruggewezen. Het beeld van de knokploeg was dezelfde als bij poort 5. Een tweehonderd mensen, met zwaar materiaal en transportmiddelen, ondersteund door een paar honderd handlangers, kwamen van binnen het terrein op de poort af en probeerden het schuifhek te openen. De posters trachtten het te voorkomen. Het schuifhek bij poort 6, dat samen met een slagboom de ingang van het fabrieksterrein vormde, was met een ketting vastgelegd. Al hadden de posters de opdracht om geen geweld te gebruiken, er werd stevig geschopt en geslagen. De knokploeg kreeg het hek open. Een zenuwachtige man werd naar het geopende hek geduwd om het in open toestand vast te lassen. Plotseling ging de slagboom, die vanuit de portiersloge werd bediend, dicht. Dat was niet de bedoeling van de knokploeg. Moeilijke momenten De knokploeg stormde naar voren en boog de slagboom naar buiten weg. Opnieuw ontstond een handgemeen. De knokploeg wilde met de truck, opstapwagen en ander materiaal door de poort rijden. Dat lukte niet omdat Feike Gerlofsma voor de vrachtauto ging staan. Feike, een Fries koppig en recht door zee, verdomde het om voor het brute geweld te wijken. De chauffeur van de auto reed tot tegen Feike aan voor hij stopte. Dat was niet naar de zin van knokploegleden. 'Rij hem dood' hoorde Feike roepen. Dat ging de chauffeur te ver. Een knokploeglid probeerde de chauffeur van achter het stuur te trekken om het zelf te doen. Feike werd gestompt en voor de truck weggerukt. Nu wierp een andere poster zich voor de truck. Hij werd door collega's weggetrokken. Ook hier werd de actie door filmers van Shell vastgelegd. Er werd gestompt, geschopt en geslagen. Een motoragent 'vond' een stiletto op de weg. Maar niemand was zo gewond dat hij met een ambulance moest worden afgevoerd. Toch kwam plotseling dokter Ottevanger, het hoofd van de geneeskundige dienst Een lid van de knokploeg werd door de politie gekalmeerdvan Shell, met zijn handen in de hoogte lopend voor een Shell-ambulance met loeiende sirenes uit de weg tussen poort 6 en poort 12 op. Het was niet te vroeg om de posters te vragen om naar het actiecentrum te gaan.

Bij poort 14, twee km ver aan de andere kant van het Shell-terein stond de knokploeg, toen ik er aankwam, als een compacte dreigende massa van een paar honderd man in de geopende poort. Er stonden geen mensen te kijken die bij de demonstratie waren geweest. De posters hadden de ketting zelf al van het hek gehaald en hun auto's bij de poort weggereden. Arie Schouten, brigadier bij de Rotterdamse gemeentepolitie zei: 'ik ben blij dat je komt, het loopt uit de hand'. Bekend met havenstakingen en acties van de M.E. had hij er kijk op. De posters waren over hun toeren. Een cameraman, die ook hier de actie filmde, werd de camera uit handen geslagen en een poster gooide een volle vuilniszak naar zijn chef. De sfeer was explosief. De posters waren niet direct bereid om zich terug te trekken. In de vlaggenmasten bij de poort hingen een paar vlaggen van de Industriebond FNV en op het hek een paar spandoeken. Eén van de knokploegleden had tot woede van de posters een vlag 'buit gemaakt'. Met Cees de Munck en een paar posters haalden we de vlaggen onder de neuzen van de knokploeg weg. Pas daarna waren de posters bereid om naar De Zevensprong te gaan.

Feike Gerlofsma ging van poort 6 niet direct naar het actiecentrum, maar dwars over het Shell-terrein naar de OR-kamer in het hoofdgebouw. Onderweg zag hij, ir. G.M. Baars, directeur raffinaderij, met een brede grijns op het gezicht en de armen over elkaar naar het ‘slagveld’ kijken. Baars trok zich, toen hij Feike zag, snel achter een gebouw terug. In de hal van het hoofdkantoor was het lawaaiig druk. Directeuren en leidinggevenden kakelden door elkaar. Toen Feike binnenkwam werd het plotseling doodstil. Dwars door de zwijgende directeuren en leidinggevenden liep Feike naar de OR-kamer. Een poster die op de fiets terug naar het actiecentrum reed, zag dat de Shell-vlag op het hoofdkantoor werd gehesen en hoorde klaterende marsmuziek uit de luidsprekers komen. Het paste bij zijn gevoel dat alleen geweren hadden ontbroken.

MOEILIJKE BESLISSING

Het Shell-geweld kwam bij de stakers aan als een mokerslag. Ze hadden er een nette staking van willen maken, maar hadden zich vergist in de ‘netheid’ van hun werkgever. Het beeld van 'hun Shell' was op brute wijze aangetast. Aad Soeteman, die in het actiecentrum De Zevensprong was achtergebleven, zag de eerste posters diep teleurgesteld, verontwaardigd en verbitterd binnen komen. Een aantal geëmotioneerde mensen barste in snikken uit. Een kaderlid was zo overstuur dat er een dokter bij moest komen en naar een ziekenhuis in Rotterdam vervoerd. Een moeilijke beslissingNiet alleen bij de stakers kwam het geweld hard aan. Een aantal werkwilligen kwam zich in het actiecentrum verontschuldigen voor het optreden van Shell. Zij distantieerden zich van het gewelddadig optreden.

Een aantal stakers wilden geweld met geweld vergelden. Andere wilden dat juist niet. Bij die emotionele toestand vonden we het verstandig om pas de volgende ochtend een beslissingen te nemen over wat er moest gebeuren. De staking was bij Shell hard aangekomen en het zette de directie stevig onder druk. Ir. J.A.P. Montijn schatte, dat de stakingen 90 á 120 miljoen gulden hadden gekost. Zelfs voor Shell een gevoelig bedrag. Het opstarten zou in sommige gevallen nog 5 dagen gaan duren. De staking had Shell en de werkgevers in de petrochemie genoeg schrik gezorgd om bij de onderhandelingen in 1980 wat meer soepelheid te mogen verwachten. Het voortzetten van de staking kon leiden tot chaos en onveilige toestanden met gevechten in controlekamers. Daar voelden we niet voor. De zaal waar de stakersvergadering werd gehouden was stampvol. De stakers waren vermoeid en nog onder de indruk van de vorige dag. In die emotionele sfeer moest een moeilijk besluit worden genomen. We adviseerden om de staking te beëindigen. Een grote meerderheid van de aanwezigen besloot om de staking in Pernis op zaterdag 29 september om 06,45 te beëindigen en het werk te hervatten.

Stakers verafschuwden het moment dat ze weer met 'die mensen' moesten samenwerken. Ze vreesden represailles van vooral het middenkader: 'je wordt soms eerder door de neten gebeten dan door de luizen'. Zij wilden een verklaring van de directie dat geen represailles zouden worden genomen. Ik reed naar het hoofdkantoor en deelde de directie mee, dat de ledenvergadering zou besluiten om de staking te beëindigen als de directie schriftelijk verklaarde dat er geen represaillemaatregelen werden genomen en bij moeilijkheden ze een beroep konden doen op kaderleden en het districtsbestuur van de Industriebond FNV. Schwartz, blij dat de staking voorbij was, had geen moeite om de door ons opgestelde verklaring te ondertekenen.

In het midden Groenevelt en rechts Aad Soeteman,Via de radio hoorde het actiecomité in Moerdijk van het geweld in Pernis. Het werd doodstil in het actiecentrum in Zevenbergen. De verslagenheid was groot: het escaleerde in Pernis en zij waren machteloos. Nu de leden in Pernis besloten om de staking te beëindigen leek het niet verstandig om alleen in Moerdijk door te gaan. Het actiecomité overlegde op zaterdag 29 september 1979 met de stakers over wat er moest gebeuren. Een aantal leden waren van mening dat de staking moest worden voortgezet. Ze trokken zich er bij de stemming niets van aan, dat er een aantal bazen in de zaal zaten. Leen van Zon, voorzitter van het actiecomité in Moerdijk, zei later, dat hij voor de meest ‘lullige zaak’ had gestaan om de leden het advies te geven de staking te beëindigen. Besloten werd op maandag 1 oktober om 06.45 uur het werk te hervatten. Leen van Zon bracht het besluit aan de directie over. Bodlaender vond het maar onzin, dat ze pas op maandag aan het werk gingen. Daar had het actiecomité geen boodschap aan.

Bij Albatros/UKF kwam de staking, na het openbreken van de poorten bij Shell-Pernis en het beëindigen van de stakingen in Pernis en Moerdijk, eveneens in een moeilijke positie. De stakers bij Albatros zouden het verder alleen moeten doen. Dat leek Johan Stekelenburg, districthoofd van Industriebond FNV in Rotterdam, geen goed idee. In een bespreking met de directie, op zijn voorstel door André van der Louw werd voorgezeten, deed de directie een paar toezeggingen. De dag daarop moest Albatros/UKF de toezeggingen weer intrekken. Shell, boos over het optreden van Van der Louw tijdens de Shell-staking, zorgde ervoor dat de directie van Albatros terug werd gefloten. De ledenvergadering besloot om de staking te beëindigd en om op woensdag 3 oktober 1979 weer aan het werk te gaan.

Wal- en zeesteiger van AlbatrosDe terugkeer in de fabrieken van Shell was, voor de leden van het actiecomité, de controlegroep en voor de posters die de meest 'zichtbare' stakers waren geweest, het moeilijkst. De directie had nu echter belang bij rust. Ze wilde de onderlinge verhoudingen zo snel mogelijk normaliseren. Bij de technische dienst lagen de verhoudingen problematisch. De chefs van de werkplaats waren de mensen die leiding aan de knokploeg hadden gegeven. In de operating (de productie) was de relatie minder verstoord. De sectiechef van Feike Gerlofsma, Van der Zijden, die van Shell de opdracht had gekregen om de onderlinge verhoudingen te herstellen, vroeg hem voor een gesprek bij hem thuis. De huiselijke sfeer moest het gemakkelijker maken om aan Feike te vragen om zonder rancune verder te gaan. De echtgenote van Van der Zijden, die bij het gesprek aanwezig was, kon de gemoedelijke toon van het gesprek moeilijk verkroppen. Plotseling beet ze Feike toe, dat hij zich moest schamen om bij een bedrijf dat zo goed voor zijn mensen was te durven staken. Van het brute optreden van Shell had ze blijkbaar niet gehoord. Het was geen bijdrage om de onderlinge verhoudingen te herstellen. Na het gesprek vermeed de sectiechef angstvallig om nog ooit met Feike over de staking te praten.

SHELL’s KATER

De overwinningsroes van Shell duurde niet lang. Ze schrok van het aantal negatieve reacties van het personeel en vooral van de negatieve kritieken in de pers. De directie deed alle moeite om iedereen te overtuigen dat het geweld schromelijk overdreven werd. Ir. Baars zou in de grote zaal van het hoofdkantoor van Shell-Nederland in Rotterdam aan de dames en heren, de grote groep die in de optocht hadden meegelopen, een uiteenzetting over het openbreken van de poorten zou geven. Ik hoorde van zijn voornemen via een kaderlid en belde Baars om te vragen of ik bij die meeting de zienswijze van de Industriebond FNV mocht geven. 'Ze lynchen je', voorspelde het kaderlid. Die kans was er niet: Baars weigerde. Baars had veel te verbergen.

Het werkwilligencomité van Shell deed een poging om de werknemers te overtuigen, dat de demonstratie van werkwilligen op de Coolsingel niet betaald was door Shell. In een brief aan de adressen van alle personeelsleden, die door Shell waren verstrekt, vroeg ze om per persoon maximaal vijf gulden bij te dragen in de kosten van de organisatie. Het overschot zou aan het Rode Kruis worden geschonken. Dat charitatieve doel moest de twijfelaars overtuigen. De werkelijkheid was, dat alle kosten door Shell werden gedragen en dat het salaris van de demonstranten werd doorbetaald. De brief wekte de woede bij leden als Feike Gerlofsma. Hij maakte bezwaar bij de directie, tegen het verstrekken van zijn adres aan derden. De directie antwoordde, 'dat het met de grootst mogelijke aarzeling was gedaan'. Het antwoord bevredigde Feike niet. In een ingezonden brief in Onder de Vlam van 15 februari 1980 verbood hij de directie om zijn naam en adres uit te lenen.

Meinsma drong aan op tolerantie tussen de verschillende groepen want tweedracht onder de werknemers was schadelijk voor de productie. Aan de ex-stakers werd geen strobreed meer in de weg gelegd. Shell vroeg om de werkzaamheden in goede harmonie te hervatten en begrip te tonen voor elkaar’s standpunt. Direct na het openbreken van de poorten Meinsma links en Baars rechts,getuigden de uitingen van Meinsma, directeur chemie, en Baars, directeur raffinaderij, van heel andere gevoelens. Paul Grijpsma van Het Parool schreef op 28 september: 'op de trap van het hoofdkantoor feliciteert chemiedirecteur drs. E. Meinsma de chef van de werkplaats, met de voortreffelijke wijze waarop hij de opdracht heeft uitgevoerd' en 'oliedirecteur G.M. Baars laat weten dat Shell, natuurlijk naast het afbouwen ook nog een ander eigen draaiboekje achter de hand had, waarvan de ontgrendeling van het bedrijf een onderdeel was'.

Ook de kritiek in de pers zat Shell dwars. PR voorlichter Steeneker van Shell-Nederland belegde een persconferentie. Daar trok hij stevig van leer. Steeneker voelde: 'lichamelijk geweld in zich opkomen bij het waarnemen van gemanipuleer in de media. Hier en daar wordt gesuggereerd, dat de demonstratie van werkwilligen voor het stadhuis, werd opgeluisterd door lieden die met de raffinaderij niets van doen hadden. Wie dat zegt kan ik wel schoppen'. Hij zou in de knokploeg van Shell niet hebben misstaan. Ben Haveman en Wim Phylipsen schreven in de Volkskrant van 29 september, dat Steeneker, 'al voor er een vraag werd gesteld, het misverstand uit de wereld wilde helpen als zou Shell met de bliksemaanval op de fabriekspoort de indruk hebben gewekt ook op de postende stakers te hebben willen inrijden'. Maar dat hadden juist alle stakers en werkwilligen bij poort 5 gezien, waaronder Arie Groenevelt. Piet Goosen schreef in Elseviers Weekblad van 6 oktober: 'De Shell-directie heeft het ongelooflijke voordeel gehad dat vrijwel de gehele Nederlandse dagbladpers, op een enkele uitzondering na, het heeft laten afweten. (...) Terwijl ze die donderdag om twaalf uur al konden weten dat het om drie uur in Pernis zou gaan spannen. Het gevolg was een voor de Shell-directie welkome, geruststellende, dempende berichtgeving, die de publieke opinie niet kon beroeren'.

De Beurs toonde zich blij met het beëindigen van de staking. Het Parool, schreef op zaterdag 29 september: 'Hoera klonk het uit 300 kelen toen even na de opening op de Amsterdamse Beurs het bericht verscheen dat Shell weer aan het werk ging. Even was de matheid van Wall Street (plus één punt) en de toch weer wegzakkende dollar vergeten. Er kwam een run op aandelen koninklijke olie, die onder de beurs f 1,20 duurder werden'. De Toestand, het ledenbulletin van de bedrijfsledengroep Industriebond FNV bij het Koninklijke Shell Laboratorium Amsterdam (KSLA), schreef bij het overgenomen bericht: 'Wanneer de leeuw zich terugtrekt, vieren de hyena's feest'.

Kok pakte zijn tas en vertrok,Shell-Nederland deed moeite om ook de verhoudingen met de FNV te verbeteren. Wim Kok, voorzitter van de FNV, had ongezouten kritiek op de strijdmethode van Shell geuit. Hij laakte Shell voor het 'bewust georganiseerde geweld' en de houding van de werkgeversbonden die uit niets lieten blijken 'deze aanslag op de sociale verhoudingen in ons land' te veroordelen. Binnenskamer hadden ook de werkgevers kritiek, maar Shell was te invloedrijk om openlijk te bekritiseren. Het VNO en de CNW voelden er echter niets voor om het sociale klimaat, met een gematigde terughoudende vakbeweging, in te ruilen voor een verziekt arbeidsklimaat met uitbarstingen van geweld. Ir. J.A.P. Montijn, gevoelig voor de kritiek, zocht contact met Wim Kok en nodigde hem uit voor een informeel gesprek. Wim Kok vond het weinig zinvol om een achterkamertjesgesprek te voeren. Hij was bereid om een gesprek te hebben als de Industriebond FNV er bij aanwezig was en de Shell-film, over het openbreken van de poorten, als basis voor het gesprek zou dienen. Montijn stemde in.

Het gesprek had plaats op 6 februari 1980 in het hoofdkantoor van Shell Nederland in Rotterdam. Het leidde tot niets. De film bleek een gemonteerde en gecoupeerde zwart\wit film zonder geluid. De cruciale gewelddadige momenten, zoals de aanslag met de twee zware vrachtauto's met zand op de posters bij poort 5, waarvan bondsbestuurders getuige waren, was er uitgeknipt. Slechts even was de schermutseling van Feike Gerlofsma te zien. Meinsma gaf er commentaar bij als bij een vakantiefilmpje: 'Hier heeft een staker het even moeilijk'. Shell wilde niet praten over de sociale verhoudingen in Nederland en hoe ze dacht ermee om te gaan. Er viel niet te praten over de heiloze weg die Shell met het geweld had ingeslagen. Shell waste haar handen in onschuld en kleineerde het lichamelijke en psychische geweld. Het was zout in nog open wonden bij bondsbestuurders die bij het geweld aanwezig waren geweest. Wim Kok pakte boos zijn tas en liet, samen met de aanwezige bestuurders van de Industriebond FNV en leden van het stakingscomité, de Shell-directie verbluft achter met de klaarstaande Indonesische maaltijd.

MEIJERS ONGELIJK

Was de staking verloren? De pers vond van wel. Een 5-ploegendienst en een 35-urige werkweek was niet bereikt. Maar soms moet je vandaag vechten om morgen iets te bereiken en morgen opnieuw vechten om wat je vandaag hebt gewonnen. De staking ging om het aan het lijntje houden van de vakbonden maar ook om de invloed van Shell op de CAO-onderhandelingen in de petrochemische industrie. Shell was trots op haar invloed. In het jubileumboek 100-jaar Koninklijke Olie schrijft Shell: 'In het Rijnmondgebied heeft Shell een leidende positie bij de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden. Daar waar men een eigen collectieve overeenkomst heeft, is toch de Shell-cao toonaangevend’. Vandaar dat we in 1979 besloten om het bij Shell ‘hard te spelen'. De staking was niet zonder succes. Werkgevers in de chemische industrie liepen niet meer vanzelfsprekend achter Shell aan. De 5-ploegendienst en de 35-urige werkweek kwamen er toch.

De Shell-directie in Pernis verwachtte dat de Industriebond FNV na de staking bij de eerste OR-verkiezingen in Pernis niet meer dan 7 zetels zou halen. Ze sloot er met kaderleden zelfs weddenschappen over af. Maar bijna de helft van alle werknemers stemden bij de verkiezing, op de kandidaten van de Industriebond FNV. De Industriebond FNV haalde bij de verkiezing, waaraan de Industriebond CNV, de VHSP, en een lijst van ongeorganiseerde kandidaten deelnamen, 12 van de 25 zetels. Het scheelde maar enkele stemmen of de Industriebond FNV had in de OR in Pernis een meerderheid behaald. Veenstra en Kik, die als wachtchefs een belangrijke rol bij de stakingen hadden gespeeld, kregen veel stemmen. In Moerdijk behield de Industriebond FNV in de OR de meerderheid. Het was niet de enige keer dat de directie van Shell zich verkeek.

OVERWINNING

Meijers had ongelijk: de Industriebond FNV had het juiste bedrijf uitgezocht. Op 11 januari 1980 deelde Shell in een besloten vergadering van de Algemene Werkgevers Vereniging in Babylon in Den Haag aan de andere bedrijven mee dat zij bij de komende onderhandelingen aan de Industriebonden een voorstel zou doen voor de invoering van een gemengde 5-/4-volcontinudienst. Ook voor andere werkgevers was nu de weg vrij om afspraken te maken over de invoering van een 5-ploegendienst. Op 5 maart 1980, drie en een halve maand na de staking, bereikten we in de CAO-bespreking bij Shell waar we voor hadden gestaakt: de directie van Shell verklaarde zich bereid om met alle betrokkenen de wensen en mogelijkheden voor verbetering van het werken in volcontinudienst na te gaan, 'zelfs indien dit een geleidelijke verkorting van de werktijd voor vol-continuwerkers zou betekenen'. Het was een overwinning.

Piet Scheele.

e-mailadres: pscheele@chello.nl

Fusie Oliecrisis Brand bij Shell Staking bij ICI Cyanamid en gezondheid 5-ploegendienst Aardgaswinsten Johan Stekelenburg Link